Anne

Anne Stouten

‘Ik ben Anne Stouten, 34 jaar en ik kom uit Nieuwerkerk (Zeeland.) Op dit moment woon ik weer bij mijn ouders - sinds 9 maanden alweer - nadat ik terug ben gekomen van een 2-jarige uitzending met OM. Ik ben nu werkzaam als docent alfabetisering & inburgering, dat houdt in dat ik Nederlandse les geef aan vluchtelingen - uit voornamelijk Syrië, Eritrea, Afghanistan, Somalië en Congo - die sinds kort in Zeeland wonen.

In 2009-2010 deed ik Een Jaar Wittenberg. God heeft mij destijds laten zien dat Hij voor mij dit jaar op de Wittenberg op het oog had. Ik was klaar met mijn studie Frans en had de Master Interculturele Communicatie afgerond, maar voelde me nog niet ‘klaar’ om te gaan werken. Ik wist nog niet zo goed waar ik aan de slag wilde gaan. Dit deelde ik ook in gebed met de Heere God. Op een avond, ik weet het nog precies, liep ik langs het water om mijn gedachten op een rijtje te krijgen en ze in gebed voor te leggen. Op dat moment kwam de naam ‘De Wittenberg’ heel sterk bij me binnen. Ik had weleens iets over deze Bijbelschool gehoord, maar het was echt nooit in me opgekomen om mijzelf daarvoor aan te melden. Het trok me niet zo, een jaar Bijbelschool, dat is niks voor mij dacht ik. Ik was toch immers al christen, had al op een christelijke basis- en middelbare school gezeten en ik had ook niet echt geloofsvragen waar ik antwoorden op zocht. Ik deed dus in eerste instantie niets met de ingeving die ik tijdens mijn wandeling kreeg. Toch wist ik ook niet zo goed welke richting ik dan wel op moest en er bleef iets aan me knagen. Uiteindelijk heb ik me toch maar aangemeld.

Aarzelend vanuit mezelf, maar in vertrouwen op God, dat Hij me hier wilde hebben, liep ik over de grote oprijlaan het Wittenberg-gebouw binnen. Ik deed er de richting Missionair werk buitenland omdat ik dit goed vond passen bij mijn studierichting Frans - Interculturele Communicatie. We kregen de mogelijkheid om te worden ondergedompeld in andere culturen en gaandeweg de lessen werd ik steeds enthousiaster om ook iets van mijn geloof te kunnen overdragen aan mensen uit andere landen en met andere geloofsachtergronden. Het was een intensief jaar - door alle lessen en het leven in de leefgemeenschap - maar ook enorm verrijkend.

Mijn mooiste ervaring in het jaar Wittenberg is lastig om uit te kiezen, in mijn belevenis was het een aaneenschakeling van mooie ervaringen en belevenissen. Denk aan de leefgemeenschapsavonden, wij hadden er drie met de thema’s: ‘Indian style’, ‘Hippie New Year’ en ‘De Flintstones’, waarin zowel de voorpret, de avond zelf en de napret even leuk waren. Als leefgemeenschap en als klas deden we vaak lekker gek met elkaar. Omdat ik dat van te voren niet zo had verwacht (een Bijbelschool leek me vooral erg serieus), heb ik die gekke acties juist erg gewaardeerd. Zo liepen we als vrouwen een keer in ketelpak en rood gelakte nagels rond, we gleden op matrassen van de trappen, we deden ‘sardientje’ in het gebouw en maakten ‘In de hemel is de Heer’ als ons lijflied, waarin vooral het laatste couplet met de regel: ‘Hij regeert overáaaallllll…’ lekker door de gangen galmde.

Na het jaar ben ik nog 4 jaar op de Wittenberg blijven wonen, ik werkte in de thuiszorg en heb in die tijd mijn lerarenbevoegdheid gehaald. Op een dag ging ik naar een Loving & Serving Muslim-dag in de Haagse Schilderswijk, dat is het begin geweest voor mijn volgende stap: zendingswerk over de grens met Operatie Mobilisatie.

Bij OM kwam ik opnieuw in een soort leefgemeenschap terecht, dit keer een stuk kleiner en opgesplitst in verschillende teams, zogenaamde ministries. Ik ging namelijk wonen in het OM huis van OM Frankrijk. Samen met een klein team - het Muslim Ministry Team - gaf ik taalles aan vrouwelijke immigranten in een buitenwijk van Parijs. We kwamen op die manier in contact met vrouwen uit Algerije, Marokko, Bangladesh, Pakistan en India. Vaak waren zij laaggeletterd en sommigen verbleven zelfs illegaal in de voorsteden rondom Parijs. Door de taallessen kregen we een band met de vrouwen omdat we hen meerdere keren per week zagen. Zelf gaf ik les aan een klasje van zo’n 8 vrouwen en ik probeerde hen ook thuis te bezoeken of we maakten een uitje met elkaar. Dit waren zulke bijzondere momenten. Veel vrouwen deelden hele persoonlijke dingen uit hun leven.

Het Bijbelverhaal was altijd een vast onderdeel van de taalles. De vrouwen hoorden deze verhalen, van de schepping tot aan de evangelieverhalen. Op een eenvoudige en begrijpelijke manier probeerden we telkens de boodschap van Jezus te vertellen. Er zijn vrouwen die eerder kwamen, om voor zich te laten bidden. Anderen bleven langer plakken omdat ze iets persoonlijks wilden delen. Er zijn vrouwen geweest die Jezus wilden aannemen in hun hart en God regelde altijd bijzondere momenten waarop dit kon gebeuren. Bijvoorbeeld in de keuken, gewoon bij iemand thuis, waar we elkaar in alle rust van vrouw tot vrouw mochten ontmoeten.

Tijdens Een Jaar Wittenberg leef je samen met zoveel verschillende mensen, die ook allemaal een andere kerkelijke achtergrond hebben. Het heeft me geleerd om over kerkmuren heen te kijken en niet vast te zitten aan tradities en gewoontes. Ik ben niet van een bepaald kerkgenootschap. Nee, ik ben christen. God vraagt van mij om iemands hand te zijn, of pink, en iemand anders mag voor mij weer een ander lichaamsdeel zijn. We hebben elkaar nodig, en we hebben de ander nodig, ook diegene die bijvoorbeeld helemaal niet gelovig is. Want ook ik kan weer zo onwijs veel leren van iemand die een heel andere achtergrond heeft en die uit een heel andere cultuur komt dan de Nederlandse. Tijdens het jaar Wittenberg krijg je veel theorie en ook praktijk. Na het jaar is het vooral de praktijk van alledag waarin ik nu als christen leef en veel meer gevormd ben door mijn jaar op de Wittenberg. Ook heb ik geleerd om niet meer zo vast te zitten aan de wereld waarin ik leef. Tijdens zo’n jaar leefgemeenschap leef je echt een beetje apart van de wereld waarin je ‘normaal gesproken’ leeft. Het was na afloop een rare gewaarwording dat ik veel dingen van dit leven ineens helemaal niet zo heel erg belangrijk meer vond en veel meer ben gaan uitzien naar de tijd die nog staat te wachten.

Wij Nederlanders zijn vaak echte aanpakkers. We praten om vervolgens tot een plan van aanpak te komen en ons werk zo doeltreffend mogelijk te kunnen doen. De Fransen praten veel meer, discussiëren eindeloos en praten om het praten. Een plan van aanpak is van latere orde. Toch waarderen de Fransen onze hands-on mentaliteit vaak wel. Fransen hechten ook heel veel waarde aan de lunchtijd. Ze nemen hier echt veel langer de tijd voor dan wij. Even je broodtrommel leegeten achter je bureau is echt not-done. Werkgevers zijn in Frankrijk zelfs verplicht om hun werknemers restauranttickets te geven, dit is een soort bonnenboekje, waar heel veel restaurantjes en bistro’s bij aangesloten zijn. Je levert zo’n bon in tegen een gratis lunchgerecht. Middagpauzes duren minimaal een uur. Dat er vervolgens minder hard gewerkt wordt na zo’n uitgebreide lunch nemen ze op de koop toe. Ik denk dat we in Nederland veel kunnen leren van zo’n uitgebreide pauze-stop tijdens een werkdag.

Tegen de studenten van nu zou ik willen zeggen: Een jaar Wittenberg gaat echt heel snel voorbij. God heeft jullie met z’n allen bij elkaar gebracht om dit bijzondere jaar met elkaar door te brengen. Soms heb je meer connectie met de ene dan met de andere persoon, maar probeer ook gewoon een praatje te maken met diegene waar je wat minder feeling mee hebt. Dat kan veel voor die ander betekenen en je kunt zoveel van elkaar gaan leren. En, doe vooral ook lekker gek met elkaar!’